Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vloog de trappen op en bevond zich in minder dan geen tijd in de vestibule, waar hij een uur geleden was binnengekomen. Op de eerste verdieping hoorde hij spreken en herkende den onaangenamen spraak van den ouden huisbewaarder.

„Die lamme kerel", dacht hij bij zichzelf, „ik wou, dat ik er iets op wist om dien vent onschadelijk te maken".

Plotseling kreeg hij een inval. Hij hep naar de voordeur en trok eenige malen hard aan de bel.

„Als die vent nu moet opendoen", zeide hij, „dan heb ik een goede gelegenheid Tolbach ongemerkt te- naderen".

Nadat hij dus een paar keer hard gebeld had, hep hij snel de trap op en verborg zich achter een grooten palm, welke op den eersten overloop stond.Zijn hst gelukte,' hij hoorde den zwaren stap van den ouden Karl, die naar beneden kwam en rakehngs langs hem heen hep om zich naar de voordeur te begeven. Nauwehjks echter was de man hem voorbij gegaan, of de jongen vloog naar boven, opende twee of drie deuren en slaagde er ten laatste in Tolbach, die gelukkig geheel alleen was, te vinden.

„U moet voorzichtig zijn", zeide hij geheel buiten adem van het harde loopen, „uW oude voedster, Johanna uit Mülheim zal U komen bezoeken ; zij is het, die altijd Uw mismaakt been wrijft, wanneer U last van rheumatiek heeft".

„Begrepen", zeide Tolbach kalm, terwijl hij zich haastte naar beneden te gaan, waar Karl in de vestibule op hem wachtte.

Deze stond* danig te mopperen over die vervloekte straatjongens, die „Spitzbube", zooals hij ze noemde. Hij» kon niet begrijpen, dat in' dezen oorlogstijd die jongens hieven doorgaan met dat vervelend spelletje. Hij zou er echter een einde aan maken en zich bij de pohtie beklagen.

Terwijl de valsche prins zijn knecht tot bedaren trachtte te brengen, verscheen de oude voedster ten tooheele.

Met haar provinciale opgewondenheid liep zij op Tolbach toe en deze, gewaarschuwd zijnde, ontving haar met open armen;

„Ben je daar, beste Johanna", zeide hij. „Ik dacht, dat

Sluiten