Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen waarschijnlijk in de gevangenis terecht komen .

Hij werd echter eenigszins gerustgesteld, toen hij, na wat aandachtiger geluisterd te hebben, hoorde dat het de stem van Tolbach was, die voornamelijk het heftigst klonk, maar toch gezaghebbend en gebiedend.

Plotseling hoorde de jongen het geluid van het open en dichtgaan van deuren en een oogenblik later zag hij den geleerde de trap af komen zoo bleek, dat men het zelfs onder zijn gebruinde gelaatstint kon zien. ' Het is met ons gedaan", zeide hij-uitgeput meen der groote leeren leunstoelen neervallende ; „wij zijn verlorcn ^

„Hebben zij ons ontdekt ?" vroeg Jan bevend van ont-

r0eDat niet bepaald", antwoordde de valsche prins, maar ons lot zal toch binnen enkele minuten beslist worden Ik heb dien kerel op zijn plaats gezet en hem het zwij: gen opgelegd, daar hij mijn mindere in rang is. Bovendien heb ik hem gelast een kwartier op mij te wachten. Nu is hij boven en binnen dat kwartier zal ik hem met het antwoord kunnen geven, dat hij namens den minister is. komen vragen. Wij zijn verloren". ,

„Maar waar gaat het dan om ?" vroeg Jan geheel ontdaan. „Wat wil hij van U hebben ?"

Tolbach haalde een rood aanteekenboekje uit zijn zak en duwde dit den jongen onder den neus, terwijl hij hem drie onbeschreven bladzijden midden in het boekje wees.

Dat is het wat ik hebben moet", zeide hij „Dit is een van de aanteekenboekjes, waarin de prins alles, wat ni] eiken dag deed, opteekende. Met behulp van deze zoo nauwkeurig bijgehouden aanteekeningen ben ik tot nu toe m staat geweest een antwoord te geven op alles, wat men mij vróeg aangaande mijn verblijf te Buenos-Aires^

Tot op heden is alles goed gegaan. Nu echter wordt mij iets gevraagd, waarop ik geen antwoord kan geven. Deze officier ondervraagt mij op een geheimzinnige wijze en wil namens den minister weten, of diens orders, welke mij den 3en September werden gegeven, ten uitvoer zijn gebracht.

Sluiten