Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordje verstijfd van schrik was. Dadelijk hernam Tolbach op den streng bevelenden toon van -een meerdere :

„Majoor Krünen", zeide hij, „indien ik daar boven in mijn salon niet met U heb willen spreken, was het, omdat ik daarvoor mijn gegronde reden had. Ik was er niet zeker van, dat men ons daar niet zou hebben kunnen beluisteren, hier echter kan ik spreken.

„U kunt namens mij aan Zijn Excellentie, den minister zeggen, dat hij slechts het rapport K W No. 362 ter hand behoeft te nemen en hij zal hetgeen hij mij heeft laten vragen, vinden. U kunt verder ook nog zeggen, dat alles, wat hij mij heeft gelast door tusschenkomst van den gezant,' is geschied; bovendien zal ik de eer hebben morgenochtend' persoonlijk hem verder verslag te komen uitbrengen.

„U kunt nu vertrekken, mijnheer, maar denkt er om U zelf een volgenden keer niet meer zoo te vergeten, als ü nu gedaan heeft. Ongeduld toonen tegenover Uwé superieuren past U niet".

„Ik bied Uw Excellentie mijn verontschuldigingen aan, maar ik was zoo verwonderd, toen ik bemerkte, dat Uw .Excellentie mijn vraag niet alleen niet. begreep, maar ook zelfs niet het correspondeerende woord wist te geven".

„Ik herhaal nog eens, mijnheer," hernam de valsche prins met stemverheffing, wanneer ik U boven niet geantwoord heb, deed ik dat, omdat ik zulks niet wilde en dat had U moeten begrijpen U kunt nu gaan".

De majoor bracht opnieuw het militair saluut en vertrok gehejel ontdaan.

„Weer bijtijds gered \" zeide Tolbach, neervallende in een stoel, „maar ik beken, dat ik dezen keer bang was het er niet door te zullen halen."

Eenige oogenbhkken was alles stil in de kamer. Na een kort stilzwijgen wendde hij het hoofd naar den jongen en zeide hem :

„Je hebt mij alweer er uit gered, mijn brave jongen

Jij hebt dadelijk het opkomen van het onzichtbaar schrift gemerkt".

„Nu", zeide Jan lachend.,... „dat is zulk een groote

Sluiten