Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtten. In tegenstelling met de voorspelling der soldaten scheen Jan zich in het geheel niet ongerust te maken over het gevaar, waarin men verkeerde.

Met belangstelling keek hij naar dit voor hem geheel nieuw schouwspel en marcheerde zwijgend maar met een vasten, zekeren gang te midden der soldaten.

Tot driemaal toe hadden dezen hem reeds hardhandig op den grond moeten gooien om hem te dwingen beschutting te zoeken voor de naderende granaten, die met een eigenaardig fluitend geluid nauwelijks eenige meters boven hun hoofden vlogen. Telkens stond men weer op en vervolgde zijn weg.

Men was een en al verbazing over de kranige houding van den jongen. Hij zeide echter tot zichzelf :

„Ik heb niets te vreezen van deze Fransche granaten, omdat ik Franschman ben. Zij zullen mij geen kwaad doen. Voor hen is het geheel anders. Laten zij dus maar op hun buik gaan liggen om er aan te ontkomen".

En deze redeneering, hoe kinderlijk zij ook scheen, werd plotseling bewaarheid. Toen men zich ongeveer in het midden der vijandelijke zone bevond vielen twee granaten midden in den troep. De twee muilezels werden op slag gedood en de fouragewagen werd geheel vernield.

De stukken Vlogen zelfs twee honderd meter verder. Jan zelf werd op den grond gegooid en bijna bedolven onder het opgeworpen zand. Toen dé eerste schok voorbij was, kwam hij overeind, schudde de aarde van zich af en bemerkte niet zonder verwondering, dat hij ongedeerd was. Hij was alleen door den schok wat verdoofd. .

Hij keek om zich heen en het tooneel, dat hij aanschouwde was in één woord ontzettend. Het werd nog verschrikkelijker gemaakt door het eigenaardig maanlicht, dat het bescheen. Aan zijn voeten lagen de twee muilezels dood, met opengereten buik.

Een eind verder vlak bij de weinige overblijfselen van den fouragewagen lagen tusschen kisten met patronen en ■ manden met buskruit de vreeselijk verminkte lijken van drie der soldaten, enkele oogenblikken geleden nog zoo flink en gezond. ,

Sluiten