Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aller oogen in de Duitsche loopgraven op ons gericht."

„Maar", riep de jongen teleurgesteld uit, „wij kunnen een dergelijke prachtige gelegenheid niet ongebruikt laten vbórbij gaan. U zult er toch wel iets op kunnen vinden,

U weet toch immers alles ! Het is bijna onmogelijk,

dat U in dit geval geen uitweg zou kunnen vinden".

De kolonel richtte het hoofd op :

„Dit terrein, dat je den vliegenier gewezen hebt, is heel slecht gelegen, merkte hij op. „Het ligt juist tusschen de loopgraven. Het is de gevaarlijke zóne, waarop iedereen uit de beide kampen onophoudelijk het oog gericht heeft. Wij moeten er niet aan denken, ook maar te probeeren, het minste teeken te geyen. De Duitschers zouden dit onmiddellijk in de gaten krijgen". "*

„Wat moeten wij dan doen ?" vroeg de jongen terneergeslagen. ' * '£ Wjï' ; „Wij moeten", hernam Tolbach, „er iets anders op vinden. Wat weet ik niet".

De geleerde had juist deze troostlooze woorden uitgesproken, toen op eenige passen afstand van hen het geluid van twistende stemmen tot hen doordrong. Dit geluid kwam van de plaats, gelegen vlak voor den ingang van het verblijf van den officier, heiast met het commando over de voorste loopgraven.

De officier had zijn schuilplaats verlaten, was in een twistgesprek gewikkeld met een boer, die vijf of zes soldaten uit de loopgraven gehaald had. Eenige andere soldaten hielden de teugels vast van drie voor den ploeg gespannen

paarden. L * ,u u

„Wij zullen eens zien, wat daar voorvalt , zeide Tolbach

tot Jan.

„Maar, Patroon !" zeide de jongen terneergeslagen, „wij verliezen onzen kostbaren tijd, terwijl mijn vliegenier, wanneer hij niets ziet, niet langer zal blijven kijken.... Zeer waarschijnlijk zullen de Duitschers op den ballon

gaan vuren". Piffi '

Jan wees met den vinger op eenige kleine witte rookwolkjes rondom den ballon-captif. Deze steeg eenigehonderden meters, maar bleef op zijn plaats.

Sluiten