Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vooruit", beval de valsche kolonel, „het is misschien een onbeteekenend iets, wat daar voorvalt, maar wie weet misschien zal ons dat een oplossing geven voor ons probleem".

Zonder veel verwachtingen hiervan te hebben, volgde Jan zijn meester, die zich met groote stappen spoedde in de richting van de plaats, waar het twistgesprek tusschen den officier en den boer werd gevoèrd.

Toen zij te midden der Duitschers waren aangekomen verborg hij zich onmiddellijk achter zijn meester en nam de houding aan van een goed gediciplineerden oppasser.

De groote grijze mantel van von Gloecken, welken hij over zijn arm droeg, gaf hem een goede houding. Bij de nadering van den kolonel gingen alle soldaten op zij, om plaats voor hem te maken.

De officier, een kapitein, die den boer ondervroeg, salueerde en bleef onbeweeglijk stram in de houding staan, wachtende, totdat zijn meerdere het woord tot hem zou richten.

„Wat gebeurt hier toch", vroeg de valsche von Gloecken.

„Deze stomme Fransche boer, Excellentie, weigert te gehoorzamen aan onze bevelen", antwoordde de officier, „ik zal genoodzaakt zijn hem te laten fusilleeren".

De man, wien deze bedreiging gold, was een goedaardig uitziende Fransche boer van omstreeks zestig jaar. Hij het ghmlachend deze woorden kalm langs zich heengaan. Alleen schitterden zijn oogen als twee gloeiende vuurkolen en over zijn geheele houding lag een zekere waardigheids

„Ik heb hem gelast", vervolgde de kapitein, „met zijn ploeg het land hier om te spitten, opdat wij er aardappelen kunnen pooten. Dit zijn overigens, zooals Uw Excellentie wel weten zult, de bevelen ons door Z. H. den kroonprins gegeven".

„Ik ben er geheel van op de hoogte", zeide Tolbach.

Daarna zich in het Fransch tot den boer wendende, vroeg hij deze :

„Waarom weiger je te gehoorzamen aan de bevelen, welke men je heeft gegeven ?"'

Sluiten