Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit zeggende wees de jongen met een wanhopig gebaar naar den ballon, die steeds daalde en steeg, boven de Fransche hnies.

Tolbach sloeg zich voor het voorhoofd.

„Ik heb het", zeide hij.

„Werkelijk !"

,Heb je mij niet gezegd", vroeg de geleerde, „dat je met den vlieger afgesproken had, dat hij het terrein oplettend gade zou slaan ?"'

ja!- , SSli MM

„Nu, dan moet je ook in het terrein zelf een voor nem zichtbaar teeken geven, waaruit hij de gevraagdebijzonderheden zal kunnen opmaken".

„Ja", herhaalde Jan, „dat ben ik inderdaad met hem overeengekomen'.

„Welnu, het eenigste, wat je dus te doen hebt, is om eenvoudig op het terrein dezelfde hjnen, die op dezen plattegrond staan, te trekken".

De jongen antwoordde niet en bleef den valschen prins angstig aanzien. Deze oplossing, welke hij voorstelde, was op het eerste gezicht zóó belachehjk en zóó onmogelijk, dat hij opnieuw begon te twijfelen aan het verstand van zijn landgenoot.

Deze zonder zich in het minst te laten beïnvloeden door de houding van den jongen, ging door met zijn zooeven geopperd plan, verder uit te werken, net alsof hij bezig was een wiskundig vraagstuk op te* lossen.

„Bij het teekenen van dezen plattegrond op het veld, doen zich twee moeilijkheden voor :

„Ten eerste, de grootte der teekening moet zoodamg zijn, dat de aviateur haar vanaf den verren afstand, waarop hij zich bevindt, duidelijk genoeg kan zien. Ik schat dat de vereischte grootte voor een projectie op den grond ongeveer 300 Meter in het vierkant moet zijn.

„Ten tweede, bevinden wij onsinhet gezichtder Duitschers, wat het noodig maakt het teekenen van den plattegrond te doen plaats vinden, op een niet in het oog loopende wijze .

„Ja", wilde Jan in het midden brengen, „dat is nu juist de moeilijkheid !...."

Sluiten