Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zwijg", hernam de'geleerde, „en laat mij kalm verder redeneeren. De beide moeilijkheden, betreffende de grootte en het toezicht der Duitschers, zullen kunnen worden opgeheven, wanneerwij ons van dien boer met zijn ploeg bedienen".

„Hè !" zeide de jongen, wien nu een Ucht opging, §fj

„Jij moet nu onder het een óf ander voorwéndsel, dat ik voor je zal bedenken, de teugels der paarden in handen nemen en deze zóó leiden, dat de ploeg op den grond de lijnen beschrijft in het. groot, die ik hier op den plattegrond heb aangegeven".

„Oh ! mijnheer Tolbach ! Mijnheer Tolbach", riep Jan uit, verrukt over dit denkbeeld. „U is een genie.... ik heb het begrepen !.... Ik heb het begrepen !"

Terwijl dit gesprek tusschen den valschen prins en zijn oppasser plaats had, was de boer klaar gekomen met het inspannen van zijn paarden. Hij maakte zich gereed zijn arbeid te beginnen, toen Tolbach het oogenblik, waarop hij met zijn bespanning langs hem ging, benutte, om hem zacht te zeggen :

„Gaat naar den officier en vraag iemand óm je bij het leiden der paarden behulpzaam te zijn. Er vallen voortdurend granaten in het veld en je kunt niet tegelijk ploegen en de paarden leiden. Heb je mij begrepen ?"

Het gefronste en ondoordringbaar gelaat van den oude werd verhelderd door een fijnen glimlach, waarmede hij te kennen wilde geven, dat hij begrepen had, wat men van hem verlangde. Hij het zijn paarden, die begonnen te grazen, staan en begaf zich met een zwareri maar zekeren stap naar de met hout overdekte ruimte, welke als schuilplaats voor den commandeerenden officier der eerste linies dienst deed.

Tolbach van zijn kant, begaf zich eveneens, blijkbaar zonder eenig doel en schijnbaar geheel verdiept in het Éerliner Tageblatt, dat een wielrijder van het hoofdkwartier hem zoo juist in het voorbijgaan had gebracht, in de richting van die schuilplaats.

Oogenschijnlijk oplettend het nieuws van den dag lezende keek de kolonel aandachtig naar hetgeen tusschen den boer en den officier voorviel.

Sluiten