Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De laatste, wien een soldaat kwam waarschuwen, dat de boer hem' wenschte te spreken, kwam woedend uit zijn schuilplaats te voorschijn, in zijn hemdsmouwen en met een ingezeept gezicht. , ''ÓL

„Wat is er ?" riep hij toornig uit, „komt die vervloekte Fransche boer mij alweer lastig vallen ?"

Daarna zich gebelgd tot den man, die zonder een spier van zijn gelaat te vertrekken op hem stond te wachten, wendende, vroeg hij :

„Maar wat wil je dan toch ?" , Wat ik wil", hernam de boer, „is dat U mij iemand geê'ft, die, terwijl ik den ploeg bestuur, mijn paarden kan

^„Kan je het dan niet alleen doen, jij schijnheilige kerel",

zeide de kapitein. WËM ia

Neen" antwoordde de boer bedaard, ;,want het veld is vol nog niet ontplofte granaten en ik moet deze vermijden, dat wil zeggen, dat de paarden aanhoudend van richting moeten veranderen.... Indien U dus wenscht, dat het land beploegd wordt, zult U mij iemand moeten geven .

Op deze woorden veranderde het toch al slechte humeur van den officier in groote woede.

Qh zoo", bromde hij, „jou vervloekte Franschman, ie wilt'mij dus voor den gek houden ! Ik heb op het oogenblik niemand beschikbaar ; ze zijn allen in de loopgraven en juist daarom heb ik jou .gelast het werk te doen Je kunt doen, wat je wilt, maar ik eisch, dat je vanavond daarmede klaar' komt. Begrijp je mij, ik eisch het".

Dat woordje „eisch", beschouwde hij met zijn soldatenverstand als onweerstaanbaar. De kapitein was overigens met zijn van woede verwrongen gezicht, wit met zeep een vrij belachelijke verschijning. Na deze woorden mtgesproken te hebben, keerde hij zich om en kroop weer m zijn schuilplaats Voor hij echter daarin verdwenen was, trad Jan op hem toe en de militaire houding aannemende, salueerde hii en zeide: .„ \ , ,

„Ik verveel mij en heb niets te doen, ik kan de paarden

wel leiden". ., | i . yfe

„Als je meester dat goed vindt", zeide de kapitein een

Sluiten