Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Het ooievaarseskader.

Wij bevinden ons op het oogenbhk in de Fransche hnies in de legerplaats van het jachteskader, beroemd onder den naam „ooievaarseskader". Al, onze meest bekende vhegeXrs bevinden zich daar: Gédemer, de koelbloedige en bedaarde held, die eiken morgen zijn Duitechen tegenstander neervelt, alsof hij met een flanbert-bnks op een tortonnen schijf schiet, de leelijke, maar goedaardige Gavane de acrobaat Blachion, de jeugdige Sauvage en eTndehjk Graveson, de vhegehier met het houten been, dat volgens zijn eigen zeggen beter is dan «necht

Het is ongeveer tien uur m den morgen en het werk gaat zijn gewonen, regelmatigen gang. Door de geopende deur der groote hangars, zien wij de glms erende wielen en mitrailleuses der jachttoestellen, die trillen bq de bebeweeing hunner machtige motoren.

Van het grasveld vertrekken voortdurend patrcmilles die in groepL van drie of vier vliegen achter htm leider manoeuvreerend, als een goed afgericht eskadron. In het bmeau van den commandant zit de kapitein met den hoorn der telefoon aan zijn oor te wachten op de inhchtingen, wdteSPÏan zijn waarnemers boven in de lucht ontvangt Een albatros is gesignaleerd boven heuvel 286, koersende in N.W. richting. „ . . ,

\,Wie van U moet opstijgen?" vraagt de officier zich wendende tot de aviateurs, die lezende of kaart spelende in het naastgelegen vertrek wachten.

Sluiten