Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam hij hem bij den arm, bracht hem naar een kast, opende deze en zeide:

„Kijk daar eens vrindje, en zeg mij dan of ik mijn tijd sinds gisterenavond niet nuttig besteed heb".

Hierbij wees hij triomfantelijk op een reusachtige voorraad van allerlei eetwaren, netjes opgestapeld op

de, planken. y%'B

„Ik heb al dat lekkers* handig van de wagens, die van morgen over den Kroonprins zijn aangekomen, weten in te pikken", zeide hij vertrouwelijk tot zijn jongen vriend. „Zooals je ziet, behoeft men in den oorlog geen gebrek te lijden als men een beetje handigheid heeft".

In de eetzaal bij de officieren, zoowel als in het vertrek van de oppassers, duurde de uitgebreide maaltijd lang. Terwijl Jan gretig de verschillende keurige gerechten, die zijn vriend op zijn bord ophoopte, verorberde, zeide hij bij bijna eiken hap, dien hij deed, tot zichzelf: „Zoo meteen zal het gebeuren, straks komt het!"

Toen de maaltijd dan ook geëindigd was, zonder dat de aviateurs dezen waren komen verstoren, was hij bijna teleurgesteld. Moedig had hij besloten zijn leven op te offeren om het welslagen van deze groote daad te bevorderen en hij verbaasde er zich dan ook eenigszins over, dat hij nog in het land der levenden was.

Hij kon daarom niet nalaten zichzelf af te vragen of hij zich misschien niet had vergist en of de aviateur inderdaad den plattegrond, aangegeven door den ploeg, had opgemerkt. ... ,

Plotseling, echter begon bij gerustgesteld te glimlachen. „Ik ben er", zeide hij, „zij zullen den nacht uitkiezen voor hun bezoek".

De veronderstelling was al te kinderlijk, want nooit zouden de vliegers er aan gedacht hebben des nachts bommen te komen wèrpen op een plaats, die zij met vooruit op de een of andere wijze hadden kunnen verkennen. Neen, hun eenige kans was het werk te verrichten bij het volle daglicht, waardoor de Fransche vliegers zich zeker niet zouden laten afschrikken.

De dag verliep echter, terwijl Jan in de grootste

Sluiten