Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Halt!"

Hij gehoorzaamde en ging tegen den muur staan. Een oogenblik later zag hij een treurigen en belachelijken optocht voorbij gaan.

De Kroonprins, gedeeltelijk gekleed met een half afhangende broek snelde voorbij, gevolgd door zijn van schrik half waanzinnigen kamerdienaar. De prins was door het bombardement overvallen geworden, juist toen hij bezig was, zich na zijn terugkeer van de revue, > te verkleeden, en nu trachtte hij zoo gauw mogelijk de schuilplaats in de praktisch ingerichte kelders te bereiken.

Binnen enkele seconden was de Kroonprins en zijn gevolg uit het gezicht verdwenen. Jan keek wanhopig naar het huis, dat nu geheel zonder doel gebombardeerd werd, daar de man, op wien men het feitelijk gemunt had, erin geslaagd was te ontvluchten.

De aanval scheen voorbij te zijn. Langzamerhand stierf het geluid der vallende bommen in de verte weg, waaruit afgeleid kon worden, dat de aviateurs zich verwijderd hadden in de vaste overtuiging hun doel bereikt te hebben.

Jan wist helaas beter. Met zijn eigen oogen had hij de bespottelijke overhaaste vlucht van den kroonprins naar de kelders gezien en deze waren in het geheel niet geraakt geworden.

Door de openingen in de bijna geheel omgevallen muren van het huis kon de jongen deze tien meter onder den grond liggende kelders in geheel ongeschonden staat aan de andere zijde van den tuin zien.

Hij wist, dat, zich daarin de erfgenaam van den keizerlijken troon, bevend van schrik, maar veilig en gezond, bevond. Jammer genoeg was zijn poging om de wereld te verlossen van dezen man geheel mislukt.

Zonder zich te bekommeren over de rondom hem neervallende steenen, brokstukken van muren en plafonds, dwaalde Jan teleurgesteld rond, zonder recht te weten, wat hij eigenlijk deed. Zoo kwam hij terecht in het binnenste gedeelte van het huis en hep van kamer tot kamer, verwonderd deze alle ledig en verlaten te zien.

Sluiten