Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangewezen en wij behoeven zeker niet te zeggen, dat hij deze bijzondere onderscheiding gretig had aangenomen. Als verblijfplaats was hem het kasteel van Seigneulles aangewezen. In deze prachtige en comfortabel ingerichte woning vinden wij Tolbach en onzen vriend Jan terug. De laatste was zeer ingenomen met zijn waardigheid van oppasser van dezen nieuwen adjudant.

De twee Franschen zijn op dit oogenbhk op de eerste verdieping in een klein salon, dat de valsche kolone^ als zijn particuliere werkkamer heeft doen inrichten. Al de gelijkvloers gelegen vertrekken moesten ter beschikking van Z. H. blijven, om door hem tijdens zijn verblijf op het kasteel gebruikt te worden.

Vandaag is de Kroonprins niet in het kasteel en maakt Tolbach van deze gelegenheid gebruik om zich aan zijn eigen arbeid te wijden. De ingang tot zijn werkkamer wordt door een schildwacht bewaakt; beneden gaat alles in de verschillende bureaux den normalen gang van de Duitsche mihtaire organisatie.

De geleerde weet dat hij op het eerste alarmsignaal gewaarschuwd zal worden en hij voelt zich dan ook zoo geheel veilig, dat hij met behulp van Jan den geheelen inhoud van zijn koffers met al zijn instrumenten op zijn schrijftafel heeft uitgestald.

De jongen heeft juist op last van zijn patroon een aantal instrumenten, waarvan hij gaarne zou willen weten, waarvoor zij moeten dienen, uitgepakt. Hij kent echter de, gewoonte van den geleerde, hij weet, dat, wanneer hij hem ronduit vragen stelt, deze niet zullen beantwoord worden.

Hij wacht dus geduldig het oogenbhk ^af, waarop Tolbach het noodig zal oordeelen de gewenschte verklaring te geven. Deze schijnt heden neiging te hebben, wat mededeelzamer te zijn dan anders.

Hij toont zijn jeugdigen landgenoot een ketting, waaraan een horloge en' een reusachtig kompas zijn bevestigd. „Zie je die dingen?" vroeg de valsche von Gloecken; de voorwerpen met voldoening in zijn handen nemende. „Ja", antwoordde Jan, „dat is een horlogeeneen kompas".

Sluiten