Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna voegde hij er glimlachend aan toe:

„Prins, als de dag van heden den Franschen geen 20,000 man kost, dan zal het zijn, omdat wij geen goed gebruik zullen weten te maken van de inlichtingen, welke wij hebben ontvangen...." „Gaat U nu mee?"

Even haastig als hij de werkkamer was binnengekomen, verliet hij deze, gevolgd door Tolbach en Jan.

In de groote salons van de benedenverdieping was alles in orde, want de komst van den Kroonprins was reeds bekend. De telefonisten waren op hun post, de schrijvers zaten voor hun lessenaars en buiten op de stoep wachtten de automobielen en de officieren van den staf.

Jan nam zijn plaats als ordonnans voor de deur in. Deze plaats gaf een goede gelegenheid alles te hooren en te zien, wat er omging in het bureau van den grooten chef, zonder dat er nu bepaald veel voor hem te doen was.

De morgen verliep op de gewone wijze, zooals dat bij den staf van elk leger geschiedt. De Kroonprins nam de rapporten der generaals, die bij hem ontboden waren, in ontvangst. Men bestudeerde op een groote kaart, geplaatst op een ezel in het midden van de hall, de stellingen der legercorpsen en de uitwerking der gevechten van den vorigen dag.

De prins stond erop persoonlijk eenige gedurende den nacht gevangen genomen Franschen te ondervragen, aangezien hij hoopte eenige nuttige aanwijzingen uit hen te krijgen. De Franschen, waarvan één, een oude grijze sergeant was, zonder twijfel iemand, die vrij willig dienst genomen had, bleken echter niet de personen te zijn om zich gemakkelijk bij den neus te laten nemen.

Zij bewaarden een absoluut stilzwijgen, wat de troonopvolger buiten zich zelf van woede bracht. Hij volstond echter met order te geven de gevangenen weg te leiden, doch fluisterde eenige woorden in het oor van een zijner officieren.

Jan ving het woord „paal" op. Alhoewel hij op het hooren daarvan in hevige woede ontstak* deed hij toch nauwkeurig zijn phcht, die bestond in het openen en

Sluiten