Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Oh, Prins! Oh, Prins '! zeide de ongelukkige luitenant, elk verschil in rang uit het oog verliezende in zijn vreeselijken angst, „Prins, * haast U, ik heb nog maar dertig minuten."

De valsehe kolonel maakte met de armen een teeken van onmacht en verliet het vertrek, de deur zorgvuldig achter zich sluitende.

Hij vond Jan in de gang op hem wachten. „Wij moeten nog een kwartier uitwinnen", zeide hij. „Wat moet ik hem antwoorden, wanneer hij mij naar de revolver vraagt, die ik voor hem opgeraapt heb"? vroeg de jongen.

Je moet doen, alsof je niets van de geheele geschiedenis af weet en hem zeggen, dat je de revolver, toen je deze voor zijn voeten zag vallen, hebt opgeraapt. Je hebt hem deze dadelijk daarop overhandigd. Meer behoefje niet te zeggen, maar onder geen beding moet je iets anders zeggen".

„Begrepen", zeide Jan. mËk> Zoodra hij je ondervraagd,heeft, ga je naar beneden en" wanneer je kunt moet je de magneten van de beide av-tmiobielen onklaar zien te maken".

De jongen keek uit het venster en zag dat de chalteur zich op betrekkelijk grooten afstand van de wagens bij een vuur stonden te warmen.

„Dat zal gemakkelijk gaan", zeide hij. ^ "Goed laten wij dan naar binnen gaan". Zij betraden het vertrek en vonden den officier op zijn knieën op den grond liggen, met koortsachtige haast alle hoeken en gaatjes afzoekende. Zoodra hij zijn chef en den kleinen matroos bemerkte, sprong hij overeind, snelde naar den jongen toe en vroeg hem ruw: -

„Wat heb je met het papier gedaan, wat m den loop van deze revolver was"?

Gewaarschuwd zijnde, liet Jan zich geen seconde van

""de wijs brengen.

„Welk papier"? vroeg hij met het onschuldigste gezicht van de wereld, ik heb geen papier gezien". , „Er was toch een stuk papier in de revolver . „Dat wist ik niet". \

Sluiten