Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom heb je dat ding opgeraapt"?

„Omdat U het liet vallen en daar men mij op de school te Kiel heeft geleerd, dat men beleefd tegenover een officier moet zijn, heb ik het ding opgeraapt".

Tolbach maakte kortaf een einde aan deze ondervraging.

„Ik heb het U wel gezegd", zeide hij, zijn schouders ophalend, „de jongen weet van niets. U verhest Uw kostbaren tijd. U doet veel beter nog eens te zoeken".

De luitenant kon een kreet van wanhoop niet onderdrukken.

„Ik zie niets", zeide hij, „niets en ik heb reeds

overal gekeken".

„U moet bedaard blijven", hernam de valsche kolonel, U verkeert in een toestand, waarin U onmogelijk oplettend kunt rondkijken. Ik zal eens voor U kijken".

„Prins, het is tien minuten over vijf".

Tolbach maakte een gebaar, alsof hij zeggen wilde: Wat kan ik daar nu aan doen? Daarna begon hij, nauwlettend rondkijkende, het groote vertrek af te zoeken, er voor zorgende, dat hij aan den tegenovergestelden kant van het raam begon, want hij herinnerde zich, dat op het oogenblik, waarop de revolver uit de handen van den luitenant gerukt werd, deze in de buurt van het raam had gestaan.

Terwijl Tolbach nauwlettend rondkeek, stond de ongelukkige officier te stampvoeten van onmachtige woede, onophoudelijk richtten zijn oogen zich op de wijzers der pendule, waaraan hij meer aandacht scheen te schenken, dan aan den valschen kolonel, die elk meubelstuk van zijn plaats schoof om* te zien of het kostbaar stukje papier niet daar onder of er achter terecht gekomen was.

Wat Jan aanging, deze was, zoodra de ondervraging was geëindigd, met bekwamen spoed verdwenen. Hij draaide om de voor de stoep staande wagens -heen, wachtende op een gunstig oogenbhk om de hem door. zijn meester gegeven opdracht ten uitvoer te brengen. Kwart over vijven; en von Gloecken was nog steeds zoekende. Vijf en twintig minuten over vijf, en hij slaakte

Sluiten