Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloepen met verscheidene passagiers de kusten van Brazilië hadden weten te bereiken ?

Waarom zou zijn moeder zich niet onder deze geredden bevinden? Oh! als zij nu maar die eene groote daad konden verrichten, waarnaar zij zóó verlangden. Het moest echter iets grootsch zijn en zóó belangrijk, dat zij met opgeheven hoofden naar Frankrijk konden terugkeeren en zeggen:

„Ziet, dat hebben wij tot stand gebracht". Op een morgen, dat Jan als gewoonlijk tegen 8 uur zich bij Tolbach .vervoegde, vond hij deze gekleed in groot tenue, bezig eene mededeeling, welke hem zoo even door eén estafette was overhandigd, door te lezen. „Nu, Patroon!" vroeg hij dadelijk, „is er eindelijk

nieuws' Ik vind het hier niets prettig, weet U, daarbij

ben ik niet van mijn arme moeder weggegaan om hier mijn tijd zoek te brengen met de beroerde soep te drinken van die vervloekte Duitschers". De valsche kolonel begon te lachen. „Je behoeft niet meer te klagen", zeide hij, „ik zal de "helft van de gerechten, welke men mij voorzet, aan jou afstaan en ik vermoed, dat je dan zult moeten toestemmen, dat een moffenkolonel lang niet slecht gevoed wordt...', heb je gisterenavond dan niet een heerlijk boutje van een hert gehad, dat door onze mannen m het naburige bosch geschoten werd? Sapristi! Jongen, je begint vervelend te worden".

De jongen verklaarde trotsch, dat hij zich met beklaagde over de wijze, waarop hij gevoed werd, dat was per slot van rekening niet het voornaamste wat hem

bezig hield. •

Ik ben gaarne bereid," zeide hij, „acht dagen lang niets anders te eten, dan K.K. brood, als ik er zeker van ben, dat na verloop van dien tijd, wij opmeuw onze vijanden op de een of andere manier een poets gebakken hebben."

Daarna zich steeds meer opwindende, voegde hij er

aan toe: , j 1

„Dat is toch ook geen werk voor een geleerde, zooals

Sluiten