Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loodsen ontvouwde zich een afschuwelijk tooneel aan zijn oog.

Een honderdtal' ongelukkige Russische soldaten met niets anders aan dan een broek liepen rillend van koude en koorts heen en weer voor de loodsen, waarin zij 24 uur opgesloten waren geweest.

Een eind verder zag hij drie van die arme kerels, die blijkbaar zich verzet hadden tegen de slechte behandeling, waaraan zij onderworpen waren geweest, een barbaarsche bestraffing ondergaan.

Twee Feldwebels dwongen hen, naakt tot op het middel, overeind te gaan staan, met een steen in iedere hand.

Bij de minste beweging kwam een regen van stokslagen neer op de ongelukkigen, die zich geweld aandeden, waardig deze tuchtiging te doorstaan.

Rondom hen stonden de schildwachten te lachen, terwijl zij uitriepen, dat het jammer was, niet eenige Engelschen bij de hand te hebben met wien men zich dan op dezelfde wijze zou kunnen vermaken.

De jongen kon dit schandehjk optreden niet aanzien.

Een oogenbhk was hij op het punt zich te verraden, door een uiting te geven aan zijn verontwaardiging en deze beulen, verkleed als soldaten, op de een of andere manier te beleedigen.

Het uur, waarop hij zich bij zijn meester moest ver9 voegen, was bijna aangebroken, zoodat hij zich snel verwijderde, terwijl hij tot zichzelf zeide :

„Oh ! ik mpet zien, dat ik deze ongelukkige gevangenen wreek ["

Bij zijn terugkomst begroette Tolbach hem met de woorden :

„Wij zijn er.... ik'ben aangewezen de onder aar dsche gang te onderzoeken. Maak alles in orde. We vertrekken oogenbhkkelij k''.

Dit bericht maakte Jan zoo blij, dat hij het wel had willen uitschreeuwen van plezier, maar zelfs in zijn opgewondenheid bleef hij voorzichtig.

Vandaar dat hij uit alle macht in het Duitsch uitriep :

„Hoch, Hoch ! Für Herr von Gloecken !"

Sluiten