Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was zijn schrik, toen hij bemerkte, dat juist vlak bij den tak, die de plaats aangaf, waar het toestel aan den voet van den pilaar begraven was, een Duitsch soldaat lag te slapen.

„Als die beroerde vent maar niets gehoord heeft of den boel stuk gemaakt \" dacht Jan.

Hij wilde dadelijk zijn plaats weer innemen, doch de Feldwebel, opgetogen over den rijken buit, dien hij had medegebracht, zeide hem, dat hij zich vrij mocht bewegen.

Het werd hem zelfs toegestaan met de andere soldaten te eten en te drinken. Deze vriendelijkheid kwam den jongen slecht te pas. Het eenige, waar hij aan dacht, was bij den pilaar te komen om de telefoon Veer aan zijn oor te kunnen nemen.

Alles zou in de war gestuurd worden, wanneer TolbacU juist in dien tijd, dat hij hem niet hooren kon, zou spreken.

De uitdeehng van de soep en den brandewijn nam dadelijk een aanvang. Uit de wijze, waarop de soldaten zich om de kruiken alcohol verdrongen, begreep Jan, dat zij heel gauw stomdronken zouden zijn.

De Feldwebel zelf dronk den brandewijn, alsof het gewoon water was. In minder dan een kwartier heerschte de grootste wanorde op de wacht. Aan het zingen en dansen kwam geen einde. Alleen de Feldwebel wist zich een weimg te beheerschen.

Met een dikke tong sprekende, gelastte hij een der mannen op den uitkijk te gaan staan en te waarschuwen als een officier de ronde kwam doen.

Alles zou dus prachtig geloopen zijn voor Jan, als de man, die op de telefoon was gaan hggen maar van plaats veranderd was. Dit was echter niet geschied.

Zijn kameraden hadden hem op de plaats waar hij lag, een kruik brandewijn gebracht, en deze had hij gulzig leeggedronken. Daarna was hij weer achterover op den grond gerold en had geen teeken van leven meer gegeven.

Hij was smoordronken. Jan beproefde alles met den man. Hij trok hem bij zijn jas, hij kietelde hem, hij schopte hem ,maar al zijn pogingen waren te vergeefs. De

Sluiten