Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aansleepte en die niet eens door de soldaten was opgemerkt, wijzende, voegde hij eraan toe :

„Ik verzoek je echter onderweg erop te letten, dat die draad niet beschadigd wordt, straks zul je de reden hiervoor hooren".

Twee soldaten traden met een ouden halsdoek vooruit en met den eerbied verschuldigd aan een kapitein, blinddoekten zij hem.

Nadat dit was geschied, plaatsten zich vier mannen met de bajonet op het geweer rondom Tolbach.

De sergeant nam hem bij den arm en zij traden de loopgraaf, waarin zij de wacht hadden, binnen.

Een man werd met de zorg van den telefoondraad belast, die zich, naarmate men verder ging, uitrolde.

„Waarheen brengt gij mij ?" vroeg de geleerde, terwijl hij strompelende en struikelende over de oneffenheden van den grond verder ging.

. „Naar den kolonel",i antwoordde de sergeant, „wij hebben hem telefonisch' van Uw komst verwittigd en zonder twijfel zal hij in zijn kwartier zijn, dat ongeveer 1500 Meter van hier ligt".

Zonder verder te spreken het Tolbach zich verder voeren dóór het doolhof van gangen, nu eens open dan weer diep onder den grond. Geblinddoekt zijnde en doordat de weg, dien zij moes,ten afleggen, vol oneffenheden was, duurde het bijna een half uur, voordat zij de aangegeven plaats bereikt hadden. Eindelijk bemerkte Tolbach tot zijn groote voldoening, dat men hem in een vertrek bracht waar verscheidene personen bijeen waren.

Toen hij werd binnengelaten, werd het onmiddellijk stil; hierop hoorde hij een stem zeggen :

„Neem den doek van zijn oogen". ÉÉill

De geleerde keek om zich heen. Hij bevond zich in een onderaardsch gewelf, waarin blijkbaar een kamer was ingeruimd voor den commandant. Weelderig was dit vertrek niet ingericht. Een groote tafel, een kachel en een paar ruwe houten stoelen waren de eenigste luxe voorwerpen.

Achter de tafel waren twee officieren gezeten : een kolonel

Sluiten