Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een kapitein. Twee schrijvers zaten in een hoek van het vertrek te schrijven.

„Kolonel !" zeide Tolbach, na even met de oogen geknipt te hebben, ten einde beter te kunnen zien, „ik verzoek U beleefd iedereen weg te zenden, daar ik U belangrijke inhchtingen kan verschaffen".

De kapitein gaf een teeken en de schrijvers verlieten het vertrek, maar hij fluisterde den sergeant iets in het oor, waarop deze zich met zijn manschappen achter de deur van het vertrek opstelde. De deur werd gesloten en de kolonel begon met zijn ondervraging.

„Wie zijt gij ?"

„Francois Tolbach, Franschman".

„Kapitein van het 146ste infanterie-regiment, ten minste te oordeelen naar Uw uniform ?"

„Neen, eenvoudig soldaat-deserteur !"

Dit antwoord bracht terstond een verandering teweeg op het gelaat van de beide officieren, die verdachte blikken met elkaar wisselden ; hierop werd "de ondervraging vervolgd :

„Venwaar komt gij ?"

„Van de Duitschers en wel van het hoofdkwartier van den Kroonprins. Ik kom U waarschuwen, dat er een plan beraamd wordt voer een overval op U".

„Wanneer zal die plaats hebben ?"

„Wanneer ik daar last toe geef".

De kolonel glimlachte verachtelijk.

„Ik begrijp het", zeide hij. „U wilt mij doen gelooven, dat U zich bezighoudt met contra-spionnage.... Wij kennen dat, dit middeltje is al zoo dikwijls toegepast, dat wij er heusch niet meer invliegen".

Tolbach trok den telefoondraad, welke achter hem aansleepte naar voren en dit den kolonel toonende, antwoordde hij :

„Gelukkig heb ik hier iets,waarmede ik kan bewijzen, dat Uw vermoedens niet juist zi^n".

De kolcnel scheen niettegenstaande de verzekering van den deserteur weinig genegen hem zijn vertrouwen te schenken,

Sluiten