Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eten en daar hij mij niets gezegd heeft, ben ik wel genoodzaakt op hem te wachten".

„Ja, vriend", antwoordde Jan, „ik verkeer in precies hetzelfde geval. Ik moet ook op den kolonel wachten, wat ik alles behalve prettig vind".

Zooals de chauffeur had voorzien moesten zij geruimen tijd wachten. Om te ontkomen aan het gezeur van den man, die niet ophield over zijn soep te spreken, was Jan van den wagen gesprongen en rondom het huis gaan loopen.

Dadelijk bemerkte hij, dat er binnen iets bijzonders gaande was. Bik oogenbhk kwam een stafofficier naar buiten snellen. Aanhoudend vertrokken motorwielrijders in alle richtingen, terwijl boven, achter de verlichter amen van een zaal op de eerste verdieping de jongen duidelijk de schim van zijn meester kon zien.

Deze scheen in druk gesprek te zijn met verscheidene schaduwen, welke om hem heenstonden.

„Als hij maar slaagt", zeide Jan telkens tot zich zelf.

Zóó was hij verdiept in deze gedachte, dat hij niet lette op den tijd, die verstreek noch op de koude, die langzamerhand toenam.

Hij trachtte er achter te komen, wat de gebaren beduidden van de schaduwen, die langs de verlichte vensters van de eerste verdieping gleden. Hij zocht naar een verklaring voor dat haastige gaan en komen der wielrijders en officieren en luisterde zelfs ingespannen om te probeeren eenige woorden op te vangen van de gesprekken, die zij met elkander voerden.

Het geluid van het aanzetten van een motor deed hem naar de automobiel teruggaan en hij zag zijn meester op de stoep staan in gezelschap van een generaal. Von Gloecken had zijn uniform van Fransch officier verwisseld voor dat van het veldtenue van Duitsch infanterie-kolonel.

Hij had de „feldgrau" jas van grof laken aangetrokken, welke de officieren in het gecht over hun uniform dragen, om zoo min mogelijk bij de soldaten af te steken. Hij was geheel uitgerust voor een expeditie ; gasmasker, patroontasch, revolver, enz., enz., alles had hij bij zich.

Sluiten