Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Hij liep.... liep altijd maar door, zonder aandacht te schenken aan de uitroepen en opmerkingen van de soldaten die hij voorbijging.

„Zeg eens, matroos ! Ben je je schip kwijt ?.... Weet je, dat je hier niet in de richting van de Noordzee loopt ?"

Vervuld met slechts één gedachte, zijn koffer terug té vinden, liep Jan steeds verder. Als hij in het midden van een troep terecht\kwam, dacht niemand eraan hem tegen te houden.

Op deze wijze ging hij van dorp tot dorp, niet eens acht slaande op de namen ervan. Hij volgde de soldaten, die naar Verdun gingen, want daar, had men hem gezegd, hield zich de man op, die in het bezit was van zijn koffer.

Hij voelde noch vermoeienis noch honger.

Sinds hij uit den trein gestapt was, had hij nog niets gebruikt, maar zich herinnerende, dat hij nog een stukje brood in zijn zak had, at hij dit al loopende op.

Een zwaar dof geluid, dat zonder ophouden aanhield was voldoende hem moed te geven. Het was het gedreun van kanonnen ! Hoe meer hij vorderde, hoe duidelijker hij dit kon hooren.

Na een uur voortgeloopen te hebben, kon hij niet meer. Hij ging aan den kant van den weg op een omgevallen boomstam zitten.

Hij bleef steeds oplettend om zich heen kijken, naar -wat wist hij niet, in de hoop, dat er zich iets zou voordoen, dat eèn einde zou komen maken aan dezen jammerlijken tocht.

En er deed zich inderdaad een gelegenheid voor in den vorm van een motor wielrijder, die door een panne niet verder kon.

Juist op de plek waar Jan zich bevond, stond de man stil. Hij was belast met het. overbrengen van een spoedorder en terwijl hij den motor na ging zien, om de storing op te zoeken, begon hij vreeselijk te vloeken.

Onwillekeurig liep Jan naar den man, dit in hetzelfde geval verkeerde als hij en begon een praatje over de storing in de machine.

Zooals wij weten Was de jongen een goed mechanicien.

Sluiten