Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt voor zulk een brutalen val en zorg aan de rechterzijde van mijn prooi te komen. Met deze uitstekende mitrailleuse, die gij" hier ziet en die het voordeel heeft, dat zij in alle richtingen gedraaid kan worden, verschiet ikin minder tijd, dan ik noodig heb, om het U hier te zeggen mijn stel patronen en zoo is er weer één vervloekte Franschman minder".

De jongen luisterde met de oliekan in zijn hand schijnbaar aandachtig naar deze opsnijderij, maar kookte inwendig van woede. De meesterknecht riep hem ruw :

„Zeg eens matroos, kom je vandaag nog ? Je ziet toch, dat de luitenant wacht !"

Jan sprong op de treeplank en wilde de machine gaan smeren, toen von Stein, die hem herkende, toornig naderbij trad.

„Ben je fm heelemaal mal geworden, Herman", riep hij uit, „om die jongen bij mijn toestel te laten".

De op deze wijze aangesproken meesterknecht begreep de oorzaak van deze woede niet.

„Mag ik LT doen opmerken, Duitenant", mompelde hij, dat ik van plan was zelf het toestel te smeren.:., de matroos houdt alleen de oliekan vast".

„Het doet er niet toe", hernam de officier. „Ik wil niet, dat die matroos zijn handen aan dit toestel zet.' Ik ken hem en ik weet, dat hij zoo onhandig en stom is, dat hij in staat is mij de geheele boel in de war te sturen".

Daarna vervolgde hij te fniden van een afgemeene stilte, waarin aller oogen op Jan gericht waren :

„Het is wat moois, dat men in een oorlogswerkplaats dergelijke kwajongens gebruikt, die eigenlijk op de schoolbanken thuis hooren Zoodra ik terug kom, zal ik

er met den directeur over gaan spreken... , ïk wil dien

jongen hier niet meer zien Wij wagen ons leven en

ik zou zoo zeggen, dat wij het recht hebben alle voorzorgsmaatregelen te nemen".

Onderdanig en kruiperig, zooals elke volbloed Duitscher tegenover zijn meerdere is, vond de meesterknecht het noodig in -te stemmen met den vheger en zeide :

„De luitenant heeft gelijk. Ik weet niet waarom men ons

Sluiten