Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen, angstig, dat de Duitscher misschien zijn gedachte gelezen zou hebben.

Maar de arme kerel vervolgde :

„Te denken", zeide hij, meer tot zichzelf, „dat ik straks die ijzeren ladder, die juist van hieruit zichtbaar is, zal

moeten beklimmen.... ik zie er geen kans toe; en

die lamme kerel daar wil mij geen ander werk geven".

Zonder zichzelf af te vragen waarom, maar gedreven door een van zijn eigenaardige voorgevoelens, was Jan plotseling een en al belangstelling voor het gesprek van Mittel geworden.

„Maar wat moet je daar boven doen ?" vroeg hij op een anderen toon.

„Ik ben belast met het nazien van den bliksemafleider der fabriek", zeide de Duitscher. „Het is een prachtbaantje ....zij weten hun mannetjes wel te kiezen, de bazen hier ! Je kunt jè wel begrijpen hoe prettig zoo iets is voor een man als ik, die nauwelijks twee treedjes op kan gaan

zonder duizelig te worden ik weet zeker, dat het

mij vandaag of morgen mijn leven zal kosten én speciaal vandaag heb ik een voorgevoel, dat mij iets zal overkomen.

„Is het erg moeilijk werk, wat je daar boven moet doen?" ging Jan voort. ,

„Weineen ! ik moet alleen maar zien of de kabel, die van den bliksemafleider naar beneden loopt, nog intact is en wanneer het noodig is, elke beschadiging daaraan herstellen".

„Maar dat is geen heksenwerk", zeide de jongen, die eensklaps hierin een oplossing zag van de vraag, die hij zich sedert het begin van den dag vergeefs gesteld had. „Wat zou je ervan zeggen, kameraad", stelde de jongen voor, „als ik voor vandaag je plaats eens innam en als ik daar naar boven ging. Ik heb rust, totdat de nachtploeg

aankomt en het lijkt mij wel aardig ik heb geen last

van duizehngen en de gedachte om dat mooie uitzicht, dat je daar boven moet hebben te zien, lokt mij wel aan".

Mittel keek zijn kameraad, op het hooren van deze woorden, met zijn blauwgrijze oogen stom van verbazing aan.

„Durf jij dat aan !" riep hij bewonderend uit.

Sluiten