Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van duizeligheid was geen sprake, de vretigde gaf hem vleugels en hij steeg en klom al hooger en hooger, te druk bezig met zijoa gedachten om ook maar één blik te werpen op die reusachtige fabriek, die hij bezig was ter dood te veroordeelen.

De bescherming tegen de luchtaanvallen passeerende , kon hij niet nalaten te lachen over dezen voortaan nutteloozen voorzorgsmaatregel.

Boven gekomen, waar hij voor de omstanders niet meer dan een stip moest schijnen, bevestigde hij de draden van het slaghoedje aan den kabel en ging daarna naar beneden om het slaghoedje onder een vooruitspringenden steen van den hoogen muur te plaatsen.

„Daar zullen ze het nooit zien", mompelde hij voldaan over zijn werk. Daarna ging hij naar beneden.

Mittel wachte hem daar met een angstig gezicht op.

„Wat ben je lang weggeweest", prevelde hij, „waren er zulke belangrijke herstellingen te doen 1"

„Dat zou ik denken", hernam de kleine Franschman, „ik heb een heele nieuwe verbinding daarboven moeten maken".

„Gelukkig, dat jij in mijn plaats gegaan bent,..., ik zou het nooit hebben kunnen doen en ze zouden mij natuurlijk een gedeelte van mijn eten ingehouden hebben!"

Daarna den jongén de hand drukkende voegde hij eraan toe :

. „Vanaf dit oogenbhk, kameraad, zijn wij vrienden tot in den dood".

„Ja", grijnslachte Jan, „vooral tot in den dood".

En de arme duivel wist niet welke verschrikkelijke bedreiging dat gezegde van zijn nieuwen vriend inhield.

Zij gingen van elkaar af. Mittel om heerlijk te gaan slapen en van zijn aandoening te bekomen. Jan om zijn voorbereidselen te gaan voleindigen.

Eerst de volgende week zou hij weer overdag kunnen gaan rusten en hij wilde gebruik maken van zijn tijd, om de batterij geheel in orde te maken. Hetgeen hij nu nog moest doen was kinderspel vergeleken bij hetgeen hij zoo juist had volbracht. Wat moest hij nog doen ? Niets anders

Sluiten