Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan een middel zoekenom het slaghoedje te doen ontbranden.

Het kleine doosje kon hij daar nauwelijks vijf a zes meter hoog op den muur zien zitten. Bezat hij niet dat merkwaardige toestel, den stalen hamer waarvan hij reeds een zoo goed gebruik had gemaakt ? De stalen hamer, die zonder draad electrische kracht kon overbrengen naar elk punt, dat men wilde ?

Het zou dus voldoende voor hem zijn het werktuig in te stellen op den gewenschten afstand van het slaghoedje daarna de stroom door de doos te leiden en de schok zou door den hamer teweeg gebracht kunnen worden.

Was het gevaarlijk geweest van den jongen om te werken in een geheime plaats, zooals de onderaardschen gang van den bhksemafleider, hier in zijn eigen werkplaats, gelegen naast den muur ging dat veel gemakkelijker.

Schijnbaar onverschilhg, fluitende in de werkplaats heen en weer loopende, koppelde hij de draden van de doos aan de dynamo, die de electrische drijfkracht voor de werkplaats leverde. Zoodra deze dus in werking gesteld werd, zou de vereischte stroom door de doos loopen. Hij had nu een plaats gevonden voor de doos, maar waar zou hij den stalen hamer opstellen? Dat vereischte eenig nadenken, want het was noodig, dat, deze in een rechten hoek op den muur gericht was, niet ver van de batterij af en zoo, dat de draden niet opgemerkt zouden worden door de werklieden, die 's avonds in de werkplaats zouden komen.

Al deze vraagstukken werden vlug genoeg opgelost en op het oogenblik, dat de sirene de nachtploeg in de werkplaats riep, zag Jan, die het eerste binnen was, met voldoening het 'kleine stukje vernikkeld staal schitteren, bovenop de richel van het ronde venster, waarvan hij zekerheidshalve de ruit had stukgeslagen.

De kleine leerjongen verraste dien nacht iedereen door den ijver waarmede hij zijn arbeid verrichtte. Hij, die men gewoon was zoo gesloten en vol zorgen te zien, lachte, maakte grapjes, zong, kortom gaf den indruk van een jongen, die volmaakt gelukkig is.

Wij moeten bekennen, dat hij reden genoeg had tevreden te zijn.

Sluiten