Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valsche Otto tegen, „en heeft mij een diploma uitgereikt".

„Ja, ik heb je diploma gezien, maar natuurkundige kennis is niet voldoende, je moet ook kalmte en tegenwoordigheid van geest hebben".

„Bah!" zeide de matroos. „Ik weet, dat ik al die hoedanigheden bezit".

„Ben je daar zeker van ?"

„Ja, kapitein, ik weet het zeker".

„Nu dan zullen wij dat dadelijk eens zien", zeide de chef, zich vergenoegd in de handen wrijvende bij de gedachte aan de leelijke grap, die hij zou uithalen met dezen jongen; die zoo verwaand was, zonder baron of graaf te zijn, zonder zelfs dat kleine woordje „von" voor zijn naam te kunnen plaatsen, om te veronderstellen, dat hij Duitsch vhegenier zou kunnen worden.

Daarna het vliegvêld overloopende, gevolgd door den matroos, ging hij voort:

„Dater wanneer je een beroemd vlieger bent geworden, zul je aan de kranten zeggen, dat het de oude kapitein von Dinden geweest is, die jou ontdekt heeft".

„En ik zal dan tevens zeggen, dat ik alles aan Uw Excellentie te danken heb, hernam Jan verheugd orer den loop, welken de gebeurtenissen namen.

Toen zij op het midden van het veld aangekomen waren stonden daar twee toestellen klaar voor het vertrek. Een was het mooie toestel, waarmede von Stein gevallen was en dat men had weten te herstellen ; het andere was een oude zware maar stevig gebouwde albatros, die alleen nog dienst kon doen bij bombardementen.

In het laatste toestel had men juist een zitplaats voor twee personen aangebracht, terwijl een mitrailleuse van het laatste model er in geplaatst was.

Twee vliegers stonden ieder bij hun toestel te wachten op het bevel van den kapitein om op te stijgen.

De vlieger, die de opvolger van von Stein was, scheen een hooge persoonlijkheid te zijn en het geheele personeel van het kamp stond met grooten eerbied om hem heen, want deze vliegenier was een Koninklijke Hoogheid: het was Prins Karl.

Sluiten