Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wel verduiveld, een jongen !.... hebben de moffen tegenwoordig kinderen in den kost 7"

Oh ! wat klonken deze woorden Jan aangenaam in de ooren, hij kon geen weerstand bieden aan den krankzinnigen aandrang en viel den verbaasden man om denhals, terwijl hij uitriep :

„Jongen! jongens, ik ben Franschman.... ik ben Franschman \"

Maar sedert de twee jaren, dat zij tegen de Duitschers vochten, hadden de soldaten hun streken leeren kennen.

Jongens! ik ben Franschman,

Zij wisten dat de vijand alle middelen gebruikte, om hen te bedriegen of hen te bespieden onwillekeurig wantrouwden zij alles wat bij hen neerdaalde onder den dekmantel van het ijzeren kruis.

„Goed ! goed, zooals je zegt ben je Franschman, daar zullen wij straks wel eens over praten. En je kameraad, is die ook Franschman ? Nu, eigenlijk komt het er niet op aan of hij van Berlijn of van God weet waar komt, want ik geloof, dat hij dood is".

Hilmans, gevaarlijk gewond door Jan's revolver, was niet zoo schitterend als de kleine matroos aan den vreeselijken schok van den val ontkomen. Hij was bewusteloos

Sluiten