Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door middel van de lijnen getrokken met,den ploeg, het verblijf van den Kroonprins gewezen had.

„Zeg, je moet mij toch eens zeggen," vroeg hij, „of wij die vervloekten Kroonprins geraakt hebben ? Als wij hem gedood hadden, zouden wij dit reeds gehoord hebben '

Jan vertelde, wat er plaats gevonden had in het hoof d kwartier, tijdens het bombardement. Hij sprak over de bespottelijke vlucht van den erfgenaam des Keizers en de wonderbaarlijke wijze, waarop hij zich had weten te redden, door in dé kelders te kruipen.

„Dat het mij ook niet gelukt is"; bromde Graveson met zijn zuidelijk accent, „ik die er zoo op gerekend had, daarmede een lintje te verdienen!.... Maar, gelukkig valt er nog genoeg té doen !"

Daarna deelde hij mede, dat hij zich met de verdere zorg voor den jongen zou belasten. Hij zou hem zelf naar den kolonel brengen, om bij zijn chef te kunnen getuigen van datgene, wat de jongen voor hem gedaan had.

Het is gemakkelijk te begrijpen, dat met een dergelijken steun, het niet moeilijk was voor Jan om het geval uit te leggen.

Twee uur na zijn aankomst werd de kleine Franschman, wiens buitegewoon avontuur reeds druk besproken werd in alle loopgraven en op alle posten, per automobiel gebracht naar den generaal, die gevraagd had dezen jongen held bij hem te brengen.

Dienzelfden avond zat hij aan tafel met den grooten man, omringd van zijn officieren en men vroeg hem zijn buitengewone geschiedenis nogeens te verhalen.

Tegen de gewoonte in, begaf men zich dien avond in het hoofdkwartier van het ioe Degercörps laat ter ruste, want niemand werd moede van den kleinen Franschman te hooren spreken over zijn daden en die van Tolbach.

Deze avonturen vervulden die mannen met bewondering. Niemand twijfelde ook maar één oogenblik aaö de woorden van den jongen, want verscheidene van zijn daden waren reeds bekend. Het verhaal van de onderaardsche gang te Etain was reeds lang het onderwerp van de gesprekken in de loopgraven. ;v

Sluiten