Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHRIS.

De bel gaat. 't Is negen uur.

Gehoorzaam trekken m'n paardjes aan; de wagen rolt kalm* in 't zelfde spoor van alle dagen, de les is begonnen.

Daar gaat de deur open. Het Hoofd komt binnen, met een nieuwen jongen.

Lieve hemel! denk ik. Dat wordt No. 40. De klas is al zoo vol! En toch al zooveel jongens!

Met één oogopslag zie ik, dat hij groot en forsch is. „Misschien komt hij maar op proef en kan een klas hooger geplaatst worden," is mijn laatste troost.

.Juffrouw," begint het Hoofd, „hier kom ik u een nieuwen leerling brengen; die wil graag in deze klas komen!"

M'n nieuwe leerling en ik bekijken elkaar.

„Hoe heet je?" vraag ik.

„Chris Manders."

„En hoe oud ben je?"

Hij is een jaar ouder dan de norm van m'n klas. Toch ziet hij er niet dom uit, of achterlijk. Ook heeft hij niet het verlegene en stugge van de zittenblijvers. Hij kijkt me zelfs vriendelijk aan, uit een paar diepblauwe oogen. Maar 't gezicht heeft iets onkinderlijks, iets vroeg-wijs. 'k Geloof, dat het voornamelijk zit in den trek om den mond.

Ondertusschen heeft hij mij met évenveel aandacht opgenomen, als ik hem. Maar nu schijnt hij met zijn onderzoek gereed. Hij kijkt eerst eens door 't raam en

Kinderen uit m'n klas. 1

Sluiten