Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verbluft keer ik mij om en kijk regelrecht in haar groote grijsbruine oogen. Ze heeft de wenkbrauwen een beetje samengetrokken, haar heele gezicht zegt: „Mankeert het je nou in je bovenkamer?"

Op school leer je wel, om niet alles te zien en te hooren. Vooral bij de kleintjes. Lieve hemel, als je eens overal op inging! En dus ben je ook gewend, in de ver makelij kste situatie's een glad gezicht te houden. Maar dit was me toch haast te gortig, en ik draaide me dus vlug weer naar 't raam om 't opkomende lachen te verbergen. En daarbij was 't geval mij opeens zoo klaar als glas. Natuurlijk 't eenige of anders toch het oudste kind van een domme moeder, die ze in de zes jaar van haar leven volkomen de baas is geworden. Thuis wordt geen kopje gewasschen, geen bloemkooltje gekocht, waar zij niet eerst advies in geeft. En die sukkel van een moeder is er nog trotsch op, vertelt aan grootmoe en de tantes of aan iedere buurvrouw op straat: „En 't is zoo'n bijdehandje! Wil u wel gelooven dat 'k niks meer bij d'r te vertellen heb?" Daar staat het bijdehandje dan zelf met gepaste trots bij, tot 't haar begint te vervelen en ze haar met de woorden: „Kom nou Moe, ga nou mee," de verdere conversatie afsnijdt. Misschien ook berust de moeder niet zoo gemakkelijk in de degradatie en is 't dagelijksch een vechten om de laatste restjes van 't gezag, waarbij 't kind natuurlijk telkens meer veld wint.

En nu komt zoo'n kleine juffer Albedil op school en zet zonder de minste aarzeling haar gedragslijn voort. Zoo pas heeft ze gezien, dat de juffrouw de kachel optookte, en nu gaat me* die suffert de ramen openzetten. Daar moet ze toch even een eind aan maken!

Wat er dien ochtend wel in dat kleine rooie kopje is omgegaan, toen ik doodkalm de andere ramen ook openzette en niet de minste notitie van haar nam? Is ze verbaasd, gegriefd,

Sluiten