Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen" informeerde ik belangstellend. Maar ze begreep me niet, keek me een oogenblik dom aan, en raasde toen verder:

„Afijn, dat was nog tot daaraan toe, toen heb 'k nog niks gezegd; maar nou met die klieren, dat wil ik niet hebben, en — dat zal me man ook niet permeteeren!"

Pof, 't was eruit, daar lag haar hoogste troef. Als dan niets hielp, dan zou ik bij die bedreiging toch wel in m'n schulp kruipen. Haar man, nou, als ik nu nog niet bang werd!

'k Had toch medelijden met het opgewonden schepseltje. Kon zij 't eigenlijk helpen, dat ze zoo bekrompen van geest was en geen gewone logische taal begreep ? Ze vocht voor haar kind en in haar domme hersens had nu 't idee post gevat, dat ik 't te kort wou doen. En als je dan toch betaalde voor een stallesplaats, hoefde je-toch geen genoegen te nemen met het schellinkje!

Voor geen geld wou ik haar nog meer verbitteren door een weigering. Ze mocht, wat mij betrof, ook nog de voldoening smaken, dat 'k gezwicht was voor de bedreiging met „de sterke man, die ijzerdraad pruimt." En dus beloofde ik haar, dat ik nog wel eens zoeken zou naar een ander plaatsje voor Liesbeth en troonde haar met een zoet lijntje de deur uit.

„Wat een moeder voor zoo'n flink schrander kind," dacht ik bij mezelf, toen ik voor de zoetjes babbelende klas ging zitten. „Wat zal die haar kind tot steun wezen, later, bij de moeilijke problemen van de opvoeding!"

Daar voelde ik opeens twee armpjes op m'n knie. 't Kleine ding had blijkbaar van haar plaats onze woordenwisseling gadegeslagen, had moeders drift en boosheid bemerkt en — kwam me nu troosten. Vertrouwelijk leunde ze tegen mij aan, lachte me eens toe en zei, een beetje spottend:

Sluiten