Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

interesseert, omdat het op jonger kinderen ingericht is, (de leeslesjes b.v. zijn te kinderachtig, den inhoud kennen ze al van een vorige cursus, al kunnen ze de woorden ook nu nog niet lezen) zoeken ze den heelen dag naar een andere bezigheid voor hun geest, die dan gewoonlijk bestaat in het bedenken van kattekwaad. En omdat kattekwaad uitvoeren in je eentje zoo wat alle bekoring mist, zijn ze steeds op zoek naar gezelschap en halen gedurig de andere kinderen van hun werk af. Zoo vergen ze voortdurend je volle aandacht, tob je er dag in, dag uit maar mee door, zonder dat je ze een oogenblik uit het oog mag verliezen. En als ze ten slotte met hun Vroegrijpe straatwijsheid nog maar niet den geest van je heele klas bederven, mag je nog best tevreden wezen.

Iets dergelijks verwachtte ik nu van m'n hieuwen Piet. En daarom zag ik het zwaar met hem in.

Maar als me iets in m'n leven is meegevallen, dan is het m'n dagelijksche omgang met Piet geweest, gedurende het halve jaar, dat nu volgde.

't Bleek een jongen te zijn met een ziel, zoo zuiver als glas en zoo week als was. Een droomer, die z'n gedachten maar voor een heel klein deel bij zulke prozaïsche dingen als sommen en taaloefeningen kon houden. Voor mijn plezier wou hij zich soms wel even inspannen, om er bij te blijven; dan zat hij met z'n grove jongensknuist heel zoet 't kinderachtige lesje te volgen, regel voor regel, woordje voor woordje. Maar al heel gauw werd het hem toch weer te machtig, de wijsvinger bleef rusten, de gedachten namen hun vlucht en z'n lichtblauwe bolle oogen staarden in de ruimte, waar zij wie weet welke verborgen schoonheden ontdekten.

Maar kwaad was er geen haar aan den heelen jongen. Opletten, neen, dat kon hij niet, maar als je hem maar

Sluiten