Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met rust liet, dan had je er nok geen kind aan. Nooit zou hij een ander van 't werk af halen, hij had er ook niemand bij noodig, aan z'n droomen had hij genoeg. Soms gaf ik hem een standje, als hij z'n beurt niet wist; eigenlijk meer voor de andere kinderen dan voor hèm zelf, want 'k zag gauw genoeg, dat het boter aan de galg gesmeerd was. Dan glimlachte hij goedig en ook een beetje verlegen, alsof hij zeggen wou:

„Och m'n goeie mensch, dat kan ik jou zoo niet uitleggen. Jij vindt zoo'n verhaaltje uit een leesboek zeker heel erg de moeite waard, om er een half uur lang met je gedachten bij te blijven. Ik kan 't je niet eens kwalijk nemen, dat je me er eiken dag opnieuw mee komt vervelen, je weet blijkbaar niet beter."

Dan keek hij even bij z'n buurman, waar „het was"; wees, om z'n goeien wil te toonen, drie minuten bij. En dan, dan zweefde z'n geest weer ver buiten mijn bereik.

Niet zoodra echter was de bel voor 't speelkwartier gegaan, of er kwam leven in den jongen. Spelen, daar kon je 'm voor krijgen, dat gaf aan z'n fantasie voldoende voedsel. Steeds was hij de ziel van 't spel, 't middelpunt van al de jongens; .of 't vanzelf sprak, had hij dadelijk de leiding en bij ieder spel de hoogste functie. Voor een deel kwam dat natuurlijk door z'n grootte en z'n meerdere kracht, maar toch 't echte geheim ervan schuilde in z'n uitgesproken talent voor het bedenken en leiden van alle soorten spelletjes. Hij maakte echter geen misbruik van zijn overwicht: nooit zag ik hem een kleineren jongen plagen of slaan, z'n houding had eerder iets beschermends, iets vaderlijks zou ik haast zeggen.

't Was dan ook enkel aan hem te danken, dat ik dat halfjaar oogluikend „diefie" kon toelaten, het lievelingsspel van alle jongens, maar dat ik steeds verbood uit vrees

Sluiten