Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ons volwassenen nog den adem kan doen stokken.

Daarom weid ik bij die episode altijd wat langer uit; de donkere schaduwen, de krakende tak, de geluiden in de verte, het fladderen van den nachtuil, alles krijgt z'n beurt, totdat we ten slotte allemaal met verademing het roode lichtje tusschen de donkere stammen zien verschijnen, en met een diepe zucht de huivering van ons afschudden, de huivering, die toch zoo'n genot was.

Alleen die eene klas, waartoe Elsje hoorde, die heeft Klein Duimpje niet gehad, zooals 't behoort. Toen ik voelde, hoe die ijskoude handjes trilden, hoe het lieve kopje zich in namelooze angst tegen mij aandrukte, alsof 't bij mij bescherming zocht, toen heb ik het roode lichtje maar gauw laten verschijnen, veel te vroeg eigenlijk. En de vrouw van den reus is dat keer een allerbeminnelijkste gastvrouw geweest en de reus zelf een beetje brommerige, maar toch niets kwaadsbedoelende opa. De vreugde van de behouden thuiskomst echter, die heb ik met de el uitgemeten.

En toch was die heele water-en-melk Klein Duimpje nog veel te gepeperde kost voor m'n kleine, lieve Elsje. Want nooit zag ik gevoeliger kindje.

Ik weet nog, dat ik eens een jongen zijn griffels afnam, waarmee hij, na herhaalde waarschuwingen, toch weer zat te spelen, 'k Was zelf nog jong en streng en ik wou de straf eens terdege indrukwekkend maken. Daarom zei ik: „En nu krijg je ze ook niet terug. Ik weet nog wel heel arme kinderen, die altijd goed oppassen. Aan die zal ik ze geven."

„O juffrouw," kwam daar opeens het hooge stemmetje van Elsje, „geeft u ze aan arme kindertjes? Mag ik er dan ook een paar bij doen; ik kan er best wat missen."

Met een handjevol griffels kwam ze uit haar bank gestapt, '

Sluiten