Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ijver. Het Hoofd had er schik in en liet me begaan. Vroeg ik om zulke schriftjes of dat soort pennen, ik kreeg ze. Zelfs het mooie nieuwe stel leesboeken, waar ik zoo naar verlangde, ofschoon de andere nog best bruikbaar waren. Voor mijn Sinterklaas bouwde hij een estrade, waar een echte bisschop tevreden mee geweest zou zijn èn haalde toen uit zijn woning, die naast de school lag, zijn eigen fluweelen armstoel. En dan kon hij me soms eens wijs toeknikken en zeggen: „Ik mag het wel, dat idealisme van de jeugd; ik ben alleen benieuwd, hoe lang je 't zult houden."

En die zelfde klas had ik nu al haast drie jaar, toen ik overgeplaatst werd. Natuurlijk was er wat mutatie in geweest, maar toch niet zoo heel veel, want de school lag in een uithoek van de stad, waar de ouders niet zoo vaak verhuizen. En het scheiden was een heel ding voor me.

Ik wou dien laatsten morgen dan ook niet gewoon mijn rooster volgen en daarom begon ik, met ieder een schoon blaadje papier te geven.

Toen zei ik: „Nu moetje bovenaan eerst je naam schrijven, want die blaadjes zal ik bewaren als een herinnering aan jullie. En dan mag je zelf kiezen, wat je het liefste doen gaat: de sommen van het bord maken, of een taallesje, of een les uit je leesboek overschrijven, 't Is mij precies eender; als je 't maar op z'n allermooist doet.'"

In een oogenblik waren ze vol wijding aan het werk. En ik had de handen vrij om m'n kast op te ruimen, m'n eigendommen bij elkaar te zoeken, kortom, alles voor de verhuizing gereed te maken. Toen deelde ik nog wat plaatjes en andere voor den dag gekomen schatten uit, liet de blaadjes ophalen, boeken, penhouders enz. uit de kastjes opbergen en zoo kregen we den tijd vóór het speelkwartier om.

Kinderen uit m'n klas, 8

Sluiten