Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het spelen had ik nog ruim een uur. En dien tijd had ik bestemd voor de „fuif". Ik haalde een paar groote zakken lekkers uit m'n tasch en zei: „Kinderen, nu ga ik tot slot trakteeren en een mooi verhaal vertellen. Wat zeggen jullie van zoo'n gezelligheid?"

Maar ik had buiten m'n Elsje gerekend. Ze had zich den heelen morgen goed gehouden, maar nu ik van trakteeren en vroolijkheid sprak, werd het haar te machtig. Verwijtend keek ze mij aan en haar oogen vulden zich met tranen.

„Lieve hemel, kind, doe me dat niet aan," dacht ik bij mezelf.

En gauw, om het onheil nog te bezweren, zette ik een der zakken voor haar neer.

„Kijk eens, wat een lekkere koekjes 1 Wil jij die eens netjes voor me uitdeelen? Je gaat maar net zoo lang rond, tot alles op is. Maar er niet van snoepen, hoor!"

Jawel, ik had goed grapjes maken. Daar lag haar hoofdje alweer op de bank, de beide armen eromheen, terwijl het heele lijfje schokte van 't snikken.

Met een zucht gaf ik de zak aan een ander kind. Maar ik wou me nu eens niet door dat kleine overgevoelige ding van de wijs laten brengen. Ten slotte gebeurde er toch geen onheil. Over een paar maanden zouden ze waarschijnlijk toch in andere handen zijn overgegaan. En ik wist vooruit, dat de meesten a.s. Maandag vriendelijk tegen m'n opvolgster zouden lachen, En als ze maar een beetje slag had, om hun harten te winnen, dan was ze binnen veertien dagen meester van het terrein.

Dus asjeblieft de stemming er in gehouden 1 „Daar," zei ik, tegen een dikke jongen, met vrij schoone handen. „Jij de borstplaatjes. Maar kinderen, houdt 'min

Sluiten