Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kinderen al hun mooiste liedjes nog eens zingen, maar zelfs dat gaf niet meer: de pittigste melodietjes lijsden en sleepten ze, dat het niet om aan te hooren was en ik bij mezelf dacht: Dat zijn nu de resultaten van drie jaar zangonderwijs.

En toen eindelijk — toen ik de hoop al begon op te geven — ging de bell Ik was zoo doodop, dat ik niets anders wist te bedenken dan: „Nou kinderen, 't ga jullie goed hoor! En doe maar flink je best bij de nieuwe juffrouw."

Ik ging bij de gangdeur staan om ze één voor één goeiendag te zeggen. Sommigen had ik wel graag eens willen pakken, maar ik wou geen onderscheid maken. Op de beurt gaven ze me een handje, keken me even aan, drukten soms even hun snoetje tegen mijn hand of gaven me hun twee handjes tegelijk. En daarbij kreeg, ik allerlei betuigingen van trouw en genegenheid en „dat ze bij de nieuwe juffrouw goed zouden oppassen."

Het allerlaatst kwam mijn kleine Els aangesloft, moegeschreid en öp van al de emotie. Ik nam het kleine behuilde gezichtje in mijn twee handen en probeerde het op te heffen, maar ze wou me niet aankijken: de natte wimpers bleven op haar wangen liggen. Toen bukte ik bij haar neer en zei, dat ze nu een groote, verstandige meid moest wezen, en dat ze vast een veel lievere juffrouw terug zou krijgen. Maar ik weet niet, of ze me verstond. Toen ik haar na een paar lieve woordjes losliet, zakte haar hoofdje weer voorover en zoo, met afhangende schoudertjes, haar tasch bungelend langs haar beenen, sjokte ze de gang door.

Er was nog een, die 't zag. Het Hoofd stond als gewoonlijk bij de straatdeur en toen ik het rampzalige figuurtje nog even nakeek, ving ik zijn blik op.

Sluiten