Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is ze dan ook gestorven, zonder dat ik 'r nog eens gezien heb. Niet eens op de begrafenis ben ik geweest, want 'tliep net op 't laatst met me; veertien dagen later werd 'tkind geboren. En nou denk ik altijd, dat 't schaap die onrust van me meegekregen heit. Me man lacht me dr om uit, maar wat zegt u nou, juffrouw?"

Ja wat zou ik zeggen? Als'Onderwijzeres raak je gewend aan heel wat zonderlinge vragen: „Of 't nou heusch komt, doordat me man vroeger bij de huzaren heeft gediend, dat al de kinderen zulke kromme beenen hebben" en „of ze nou die kale plek op Jantje z'n hoofd nog niet eens met Haarlemmer olie zou insmeren?" Maar deze kwestie was me nog nooit voorgelegd en 'k zei dus maar op goed geluk, dat het „best mogelijk" was. Maar bij mezelf dacht ik: Als 't alleen door de ziekte van z'n grootmoeder komt, dat die jongen zoo'n lastpak is geworden, dan had ik 't goeie mensch toch nog graag een jaar van volmaakte gezondheid gegund.

't Was een knap gezin, de Van Ekerens. De drie oudste jongens waren gewone bengels, waar je niets extra mee te stellen had. Daarop volgde het zusje, een lief zacht kind, een beetje zorgerlijk moedertje. En dan werd de rij gesloten door onze Arie, die dus volgens z'n moeder erfelijk belast was met haar onrust. Maar volgens welke geheimzinnige wet hij al de ondeugendheid geërfd had, van z'n drie broertjes samen, en al de brutaliteit die z'n vader, een beleefd, onderdanig schoenmakertje, z'n heele leven te weinig had gehad? En wie van z'n voorouders hem dat plagerige in zijn aard had meegegeven, die trek om ieder, dien hij aandurfde, het leven lastig te maken?

't Was een verbazend moeilijk kind in de klas. Had je er gemiddeld vijf zoo, dan zou je 't baantje er aan

Sluiten