Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen en weer schommelden bij iederen ruk van haar rechterbeen. Haar gezicht leek van hout, 't was geelbleek en vierkant en deed me dadelijk aan Katrijn uit de poppenkast denken. Ze zag er niet bepaald „gemakkelijk" uit, maar tegen mij was ze suikerzoet en uiterst beleefd, want ik vertegenwoordigde in haar oogen de autoriteit; den Burgemeester, de Leerplichtwet, alsjeblief!

't Kind zag er nog zonderlinger uit. 't Had een donker-, bruin jurkje aan van een stijve, onmogelijke stof, een lang strak lijfje en een ruime geplooide rok, die haast op haar schoenen hing. 't Grauwe sluike haar was .met veel water achteruitgekamd en bijeengehouden door een ijzeren sluitkam. Maar 't meest trof me het gezichtje; och Heer, nooit zag ik zoo'n kindergezichtje, zoo ouwelijk en triest. Uit haar groote bruine oogen keek mij een ziel aan, die voorgoed afstand had gedaan van 's levens blijheid en die met doffe berusting alle verdere slagen van 't noodlot afwachtte.

Zoo kwam het tweetal voortaan eiken morgen het lokaal binnen. Pas bij haar bank liet Mientje Moeders hand los. Dan ging ze dadelijk, stil als een muisje, naar haar plaats, vouwde de witte handjes aan den rand en ging me zitten aankijken.

Een paar maal probeerde ik, 't.haar af te leeren: „Dat hoeft niet Mien, je mag nu nog zitten, zooals je wilt. Straks als de bel gegaan is, zal ik nog wel waarschuwen." Dan kwam er even een glimlach op 't groenbleeke gezichtje en gehoorzaam maakte ze haar handjes los. Maar geen minuut later zat ze weer „in de houding." Blijkbaar vond ze den securen weg toch maar altijd den besten, je kon nooit eens weten, hoe die bel soms onverwachts zou gaan. En zeker had ze ook niet zooveel behoefte aan beweging en vrijheid als een ander kind.

Onder de les spande zij zich in met een ijver, die me

Kinderen uit m'n klas. 4

Sluiten