Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms zeer deed. Ze was niet zoo heel vlug van begrip en ze verzuimde vaak. Toch bleef ze bij, met groote wilsinspanning. Vooral met rekenen had ze moeite, dan hielp ik haar nog wel even apart en dan ploeterde en zwoegde ze zelf vérder, tot ze de nieuwe sommen weer de baas was. Maar angstig en gejaagd bleef ze, ondanks mijn herhaalde geruststelling; vrees voor een afkeuring of voor schoolblijven hing steeds als een dreigende wolk boven haar armzalig leventje.

Zag ik b.v. een luie, speelsche jonge dame, die liever poppetjes teekende, dan haar sommen af te maken en zei ik dan: „Hoor eens, al wat je niet af krijgt, mag je na twaalven maken," dan zag ik dadelijk, dat Mientje 't zich aantrok. Twee roode vlekjes kwamen op haar wangen, 't mondje prevelde gejaagd cijfers: „7 en 9, 7 en 9, eerst doe ik bij de zeven drie...." En of ik dan al zei: „Tegen jou is 't niet bedoeld, hoor Mientje; al heb jij geeneen som af, dan mag je toch naar huis, want 'k weet dat jij je best wel doet," toch was ze maar. half gerustgesteld.

Ja, ze verzuimde vaak, 't stakkertje, 't Begon al na een paar weken. Daar hoorde ik Moeders bekenden stap in de gang, en daar kwam ze al binnen, maar Mientje had ze niet bij zich. Ze putte zich uit in verontschuldigingen, de juffrouw moest niet denken, dat zij 't kind zonder reden zou thuis houden, ze wist heel goed, dat dat tegenwoordig niet mocht van de wet, trouwens 't kind ging zelf veel te graag naar de school. Maar vannacht had ze zóó gehoest en vanmorgen keek ze zóó koortsig uit 'r oogjes, dat ze 't niet op dr verantwoording dorst te nemen, haar met dat gure weer er door te sturen.

Ik verzekerde haar, dat ik overtuigd was van haar goeden wil en beloofde haar, dat ik m'n best zou doen,

Sluiten