Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dien dag zonder Mientje te redden. Of ze wel vaker hoestte, informeerde ik. En daar kwam ze los.

„Och juffrouw, als 'k u dat allemaal eens vertelde, 't Wurm het er van dr geboorte af an geleje. Toen ze zeven maanden oud was, toen het ze zoo de slijmhoest gehad, dat 'k kompleet dacht, dat ze dr in stikken zou. De tanden zatte vast op dr borsie, ziet u."

Ik knikte wijs.

„Nou, en na die tijd, sóó as ze in de tocht komt, het se 't weer te pakken. De dokter weet 't ook al precies, 'k hoef me mond niet eens open te doen; soo as die me siet, schrijft ie al soon recepsie voor een drank, een beste drank, soon sterke rooie, u weet misschien wel. En daar knapt se dan soetjes-an weer van op. 'k Ga dr soo meteen maar weer eentje bij de dokter halen."

Ik wenschte haar beterschap en goed succes met de sterke rooie drank. En werkelijk kwam Mientje een paar dagen later weer op school. Wel had ze nog leelijke hoestbuien af en toe, maar ze hield 't toch weer een poosje dapper vol. Tot op zekeren dag Moeder weer alleen verscheen met dezelfde boodschap van den eersten keer. Op 't laatst was ik al even ver als de dokter: als 'k haar hoofd maar om de hoek van de deur zag, wist ik al, hoe laat het was.

Zoo kwamen we met vallen en opstaan den winter door. Op 't eind van Maart echter miste ze weer op 't appèl, dit keer duurde 't drie, vier weken en nog steeds bleef haar plaatsje ledig. Toen besloot ik, haar eens te gaan opzoeken. En op een middag na vieren stond ik onder aan de donkere steile trap en op 't schelle: „wie daar?" van uit de zwarte holte, riep ik op goed geluk naar boven: „de juffrouw van de school; ik kom Mientje eens opzoeken." Toen begon ik maar te klimmen, vertrouwend dat

Sluiten