Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol verwijt, ook met een tikje medelijden, of ik nou heusch niet wijzer was.

„Maar juffrouw, 't raam open t En u ziet, hoe 't schaap al geen asem kan hale van 't hoeste! Se kan geen tochie vele, dat siet u toch wel.*'

,,'tls maar om de waschlucht," waagde ik nog te zeggen, „daar zal ze last van hebben."

Maar Moeder schudde medelijdend het hoofd, dat 'k zoo weinig begrip had.

„Dat 's nou juistement wat ze hebbe mot" leeraarde ze. „Hoe meer natte wasem, hoe beter. Heb u dan nooit gehoord, dat se bij kindere, die de kroep hebbe, een ketel water te stoome sette?"

Ik voelde 't hopelooze van iedere verdere discussie en zweeg dus maar. Gelukkig herinnerde ik me op dat oogenblik 't zakje ulevellen, dat ik onderweg voor Mientje gekocht had, en haalde 't voor den dag. Het gaf een welkome afleiding. Moeders gezicht stond weer geheel verteederd en toen het kind er eentje in den mond stak, bedaarde gelukkig de hoestbui ten slotte.

„En laat je juffrouw nou eris zien, waar je net mee bezig was," moedigde Moeder aan. „Guns juffrouw, dat kind het toch zoo'n ijver, de heele dag zit ze somme te maken, want anders is ze bang, dat ze niet verhoogd wordt. Nou vandaag zijn 't allemaal sommetjes met „keer", he Mien, want die vindt ze zoo moeilijk, zegt ze".

Mientje liet me haar lei zien; 't schaap had 'm vol geschreven met vermenigvuldigsommetjes, die ik de klas geleerd had, juist voordat zij ziek werd. En ze had zichzelf niet gespaard, de moeilijkste had ze uitgezocht.

'k Doorliep de lange rijen cijfers, met zooveel moeite en inspanning verkregen en bij m'n deernis voor 't stumpertje voegde zich eerbied en bewondering voor haar ijzeren

Sluiten