Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schatten? 'k Ben er nooit achter gekomen, want op dat oogenblik tikte ik met m'n liniaaltje, het gewone sein voor „opletten"! Tegelijk hield ik Mientje in 't oog. Toe kind, bezwijk nu ook eens voor de verleiding, kijk nog even; wat zou er wel in dat onderzakje zitten?

Maar jawel hoor, met een ruk zat Mientje al weer recht, handjes saam aan den rand, en devoot zag ze naar me op. Floddertje waagde nog even een stootje aan haar elleboog en een gefluisterd: „seg, kijk dan", maar ze kon haar moeite gerust sparen. Mientjes wenkbrauwen trokken zich samen, de aangestooten elleboog maakte een beweging van: och, laat me.toch! en gedurende de heele les nam ze evenveel notitie van haar buurvrouw, alsof die niet 'k weet-niet-wat voor verleidelijks onder haar rokje verborgen hield.

Wie onzer durft, wanneer er van nauwgezette plichtsbetrachting gesproken wordt, naast mijn kleine armzalige Mientje gaan staan?

Ze is twee jaar bij me in de klas gebleven, 's Winters was ze meer thuis dan op school, maar 's zomers teekende ze weer bij. Ze bleef klein en schraal, bleek en onooglijk, maar — ze bleef in leven. Toen ging ze over naar een „meester" en 'k zag haar nog maar zelden. Maar als 'k haar nog eens tegenkwam, in de gang of voor de school, dan merkte ik wel aan haar heele gezicht en de manier waarop ze me toeknikte, dat 'k nog steeds „dr juffrouw" voor haar bleef. En toen ze met „loffelijk ontslag" van school ging, kwam ze me nog eens „bedanken voor 't genoten onderwijs".

Sedert heb ik haar niet meer gezien. Wat er van haar geworden zou zijn? 'k Denk haast wel, dat Moeder „een diensie" voor haar gezocht heeft. Dan kan ze nu zoowat

Sluiten