Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een volleerde dienstbode zijn. En wat voor een! Eerlijk als goud, doodfatsoenlijk, onderworpen, gedwee en — goeie hemel, wat een ijver en plichtsgevoel! Wat zal ze zwoegen en ploeteren voor „d'r mefrou" en de kinderen, wat zal ze een zorg hebben voor „d'r keuken" en d'r „eten!" Wie zou de gelukkige zijn, die in dezen tijd dat lot uit de loterij getrokken heeft?

Daar valt me iets in. Me dunkt, ik heb toch de oudste rechten, ik heb haar „vermenigvuldigen" geleerd. Op 't oogenblik ben ik zelf gelukkig goed voorzien, maar zoodra ik ooit weer verlegen raak, roep ik haar op, per advertentie in alle bladen.

'k Weet zeker, dat ze den volgenden' morgen vóór me staat. En over loon en uitgaansdagen worden we 't vast wel eens. Haar eenige voorwaarde zal wezen, dat ze wel een behoorlijken opzegtermijn krijgt voor die „andere mefrou". Want — plicht en fatsoen boven alles, nietwaar Mientje?

Sluiten