Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vaak midden onder 't spelen, kwam een troep meisjes met fladderende witte schorten als een zwerm vogels neergestreken, meest een van de groote zusjes Krul met haar vriendinnetjes. Onder luid gesnater omringden ze het prinsje, streelden en troetelden hem en brachten hem wat lekkers. Met neergeslagen oogen, het hoofdje wat afgewend en met een nauw merkbaar glimlachje in de hoekjes van z'n mond aanvaardde hij haar hulde, maar toch geloof ik, dat hij altijd blij was, als ze na een laatste haastige liefkoozing weer wegvlogen. Dan zocht hij een eenzaam hoekje op, en ging op een paaltje van 't hek of op een stoeptreetje naar hartelust zitten droomen. Zoo, in elkaar gedoken, de handjes om de knieën, was hij weer terug in z'n eigen sfeer, herdacht hij de purperen zonsondergangen op z'n lievelingsplekje in 't park en hoorde de klagende tonen van de gouden tooverharp en 't liefelijke gezang van de schoone Koningin.

Eén keer heb ik m'n sprookjesprins een kleinen dienst kunnen bewijzen en de herinnering daaraan verheugt me nog.

't Werd winter, en 't werd koud. En nog eiken dag kwam hij op school in 't zelfde afgewasschen katoenen kieltje, waarvan de mouwen hem maar even over de ellebogen reikten. Z'n armpjes zagen akelig blauw, 't satijnen velletje voelde koud als marmer.

Toen vroeg ik hulp bij een van m'n kennissen, die zelf een zoontje in dien leeftijd had. En ze gaf me een allerliefst matrozenbloesje, dat haar jongsten zoon te klein was geworden, maar dat hij nog haast niet gedragen had. Ik zie het nog voor me; 't was van crème cheviot met koperen knoopjes, een fijn zijden lintje van voren en een geborduurd anker op de linkermouw. Graag had ik er m'n prinsje zoo mee gezien, maar dat wou ik moeder Krul toch niet aandoen, en daarom besloot ik, het eerst

Sluiten