Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRUI.

Vooruit Trui, vandaag is 't jou beurt. Kom maar eens voor den dag!

Terwijl ik haar uit m'n herinnering te voorschijn roep, voel ik hoe ze zich verzet, met al haar kracht tegenspartelt. Want ze was zoo dwars en onhandelbaar als een varkentje, de jonge dame: om haar vooruit te krijgen, moest je haar altijd aan haar staartje trekken.

'k Weet niets van haar afkomst en familie-omstandigheden. Haar naam Trui Dekker was Hollandsch genoeg, maar als ze Tsji-Sjang-shu had geheeten of zoo'n dergelijke naam, die je met drie keer niesen nog niet uitgesproken hebt, had 't me niets verbaasd. Want haar voorkomen was beslist Mongoolsch. Op uiterlijk schoon kon ze niet bogen: ze had een breed, vierkant gezicht, matgele tint, vooruitstekende jukbeenderen, een platte neus, groote mond en schuinstaande gele oogen. Het zwarte, steile haar hing in slappe slierten langs haar hoofd.

En toch was haar uiterlijk nog innemend, bij haar innerlijk vergeleken. Van-de factoren, die daartoe meegewerkt hadden, weet ik evenmin iets af. Toen ik haar leerde kennen, was ze al een kind van een jaar of tien; wie weet, wat ze al voor leelijks en slechts ondervonden had! 'k Weet alleen, dat ze het kwaadaardigste, terugstootendste schepseltje was, dat ik ooit gezien had.

Ze was midden in den cursus naar onze school overgeplaatst. De onderwijzeres, bij wie ze kwam, wist er geen raad mee.

Sluiten