Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij een der eerste dagen bij me kwam, me aan m'n mouw trok en me ernstig toevertrouwde: „Seg juffrou, hoor es, ik wor gauw jarig!"

„Zoo", zei ik belangstellend; „en wanneer?"

„Nou, ofer safetien wake en dan op een dingesdag."

En toen ik in den lach schoot: „Heusch waar, me broertje het 't sellef foor me uitgeraikend."

Van dien dag af hield hij m'n belangstelling warm, en geregeld kwam hij me vertellen, hoe lang 't nog duren moest. Een paar weken later, daar had je 'm op een morgen : .„Seg jeffrau, sa 'k u nog es wat segge ? As 'k jarig bin, mag 'k uitdajlel" en weer een poosje later: „As 'k uitdajle mag, dan kraag u auk wat!"

Vaak consulteerden we samen, wat „likkerder" zou wezen „koekies of suurfjes of droppies of flikkies"; 't was allemaal zoo lekker vond hij, hij had de klas wel op alles willen trakteeren. Tot hij me een paar weken voor den heugelijken datum de eindbeslissing kwam mededeelen: „Nu wajt ik 't sajker, 't worre aasbongsbongs en u mag een haile raip!"

Nog zie ik hem binnenkomen dien morgen, rijk en gelukkig met z'n grooten zak lekkers. De zak werd op 't tafeltje gelegd en den heelen ochtend moesten we er naar kijken en dan gaven we elkaar een knipoogje. Wij samen wisten het van de verrassing en haast was het zoo ver. En 't laatste halfuur, onder 't zingen, wenkte ik hem: „Nu Jopie, ga je gang dan maar."

Trotsch als een koning stapte hij door de rijen, zwelgend in 't genot van te mogen „uitdajle". Dat was nu 't hoogtepunt van z'n verjaardag, waar hij weken lang van gedroomd had, dat ronddeelen van z'n lekkers, van z'n eenig verjaringsgeschenk. Want van verdere cadeautjes hoorde ik niets en ik denk, als ik gevraagd had: „Wat heb je nu

Sluiten