Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, 't was waar, hij was maar een tenger stadskindje; die zijn niet gewend aan klompen. Maar hij kon toch ook niet den heelen winter thuis blijven zitten. Dien dag miste ik z'n lachend bekje en gezellig babbeltje meer dan anders, en opeens bedacht ik, dat ik nog een bon voor een paar gulden van een schoenwinkel had van schoenen, die ik geruild had. Ik wist wel, dat je met zoo iets eigenlijk niet kunt beginnen op school, maar — 't was voor Jopie. En niemand hoefde het te weten.

'k Liet de moeder op school komen en ze moest me beloven, het aan niemand te vertellen, welke belofte ze niet al te nauwgezet hield. Tenminste den volgenden morgen kwam Jopie me prinsheerlijk z'n nienwe stappers vertoonen: „Kaak es juffrau, dat benne se nau!"

Sinds waren we, als 't kan, nog dikker vrinden. Na schooltijd bleef hij vaak op me wachten en als ik dan de deur uit kwam, liep hij met me mee: ,,'k Bring u een endje weg; sa'k uws tassie drage ?" Zoo klein als hij was was, had hij al iets beschermends in z'n optreden, iets ridderlijks zou 'k haast zeggen, en 'k geloof, dat z'n geleide naar huis half als eerbetoon maar ook een tikje als zorg voor m'n veiligheid bedoeld was.

Eens kwam ik 's middags weer naar school, toen hij verbaasd op me toe kwam springen: „Waar kom u nou fandaan?" 't Bleek, dat hij me om 12 uur niet gezien had, toen ik de deur uit kwam en nog altijd trouw stond te wachten, om me naar huis te brengen.

,,'k Doch al, wat bin u laat", zei m'n kleine page.

Zijn moeder zag het wel, dat „de juffrouw van school zoo mal met Jopiè was". En, slim als een mensch, werkte ze het nog een beetje in de hand.

Op een middag hield ze me staande. Of 'k ook niet vond, dat Jopie er zoo slecht uitzag? Ze was met 'm bij

Sluiten